Feiten op een rij
29 oktober 2021 Matthijs Oppenhuizen
Vanwege stellingen en beweringen die worden geuit en die niet kloppen, zetten we bij een aantal veelgenoemde punten de feiten op een rij.
Begrip voor zorgen, oog op feiten
Er wordt de laatste tijd veel gezegd en geschreven over windmolens in Twente en ons initiatief. Daarbij worden regelmatig zorgen geuit over de vermeende negatieve effecten van windmolens op met name omwonenden. Een begrijpelijke zorg waar we aandacht voor hebben en houden. Tegelijkertijd lezen en horen we stellingen of beweringen die niet kloppen. Daarom zetten we bij een aantal veelgenoemde punten de feiten op een rij. Het gaat in dit nieuwsbericht over:
- Financieel voordeel voor de omgeving
- Slagschaduw
- Geluid en gezondheid
- Hoogte van de windmolens
- Locatiekeuze van de windmolens
- Plan van aanpak voor het proces
Heeft de omgeving financieel voordeel van Wind voor Buren?
Op twee manieren kan de omgeving financieel voordeel hebben: via de coöperatieve windmolen van coöperatie Buren Energie en via het omgevingsfonds.
Coöperatieve windmolen
Sinds februari 2019 is door een overeenkomst tussen Buren Energie en Pure Energie formeel het plan dat één van de twee windmolens eigendom wordt van Buren Energie. Sindsdien communiceren we daarover via onder andere onze nieuwsbrieven en website. Inwoners kunnen lid worden van de coöperatie, mee-investeren, krijgen rente op hun investering en zijn met elkaar eigenaar van deze windmolen. Buren Energie zet een deel van de inkomsten uit deze windmolen in om de regio te verduurzamen. Dat kan bijvoorbeeld door nieuwe energie- of besparingsprojecten op te zetten en mensen met een kleine beurs te helpen hun woning energiezuiniger te maken. De leden bepalen wat de coöperatie met deze inkomsten doet. Iedereen kan lid worden (10 euro per jaar) en heeft dan stemrecht, of u mee-investeert of niet. In bijeenkomst 6 van het proces op 28 april 2021 is dat toegelicht, zie de stukken op deze pagina op onze website. Zie ook de website van Buren Energie.
Omgevingsfonds
Het omgevingsfonds wordt gevuld met opbrengsten uit de twee windmolens. De bijdrage is 0,50 euro per opgewekte MWh (megawattuur), 15 jaar lang. Een reële inschatting is dat twee moderne windmolens gemiddeld 33.700 MWh per jaar opwekken. Dat is dan 16.850 euro per jaar voor het fonds. Hoe dit omgevingsfonds wordt beheerd en waaraan het wordt besteed, is onderwerp van gesprek met de omgeving. Dit kan volgens ons goed in een omgevingsraad. We hebben tijdens het proces (zie stukken bijeenkomst 5 op 23 maart 2021) voorgesteld dit in te zetten om door middel van landschappelijke inpassingen met behulp van bomen en struiken het zicht op de windmolens voor omwonenden te beperken of weg te nemen. Maar als de omgeving een ander idee heeft voor het fonds, is dat prima bespreekbaar.
Heb ik last van de slagschaduw?
Als u wilt weten hoeveel en wanneer u op uw adres mogelijk slagschaduw kunt verwachten, kunt u contact met ons opnemen via info@windvoorburen.nl. We kunnen dit vrij nauwkeurig inschatten. Dit hangt namelijk af van waar uw woning staat ten opzichte van de windmolens. In onze rubriek ‘Veelgestelde vragen’ staat onder het kopje ‘Windenergie’ een vraag en antwoord met meer informatie hierover.
We hebben toegezegd dat woningen van omwonenden in totaal niet meer dan 2 uur en 50 minuten per jaar worden geraakt door de slagschaduw. Dit is ongeacht de afmetingen van de windmolens. We zetten daarvoor de windmolens automatisch vaker stil. Daarmee zijn we strenger dan de landelijke norm van maximaal 5 uur en 40 minuten per jaar. Overigens is de hoeveelheid slagschaduw in de tuin rondom huis vergelijkbaar met de hoeveelheid op het huis zelf. We verwachten dat veel woningen minder dan 2 uur en 50 minuten of geen slagschaduw ervaren.
Hoe zit het met het geluid en de gezondheid van omwonenden?
In onze nieuwsbrief van 18 augustus 2021 deelden we een factsheet van het RIVM hierover. Op de tweede pagina van dat document staat een samenvatting van de conclusies.
Windmolens maken mensen op zichzelf niet ziek. Wel kan het geluid als hinderlijk worden ervaren. Dat kan stress opleveren en is op de lange termijn ongezond. Hoe hinderlijk iemand het geluid vindt, hangt niet alleen af van de decibellen, maar bijvoorbeeld ook van hoe mensen zich betrokken voelen, of ze de windmolens kunnen zien en of ze er financieel voordeel van hebben.
Uiteraard is er minder kans op hinder als het aantal decibellen lager is. Daarom zijn er normen die de hoeveelheid geluid bij woningen beperken. Uit het geluidsonderzoek blijkt dat het geluid van de door ons beoogde windmolens (ruim) onder die normen blijft waardoor er dus minder geluid bij woningen in de omgeving is en een (veel) kleinere kans op hinder. Een grotere of kleinere windmolen maakt daarbij niet of nauwelijks verschil, blijkt zowel uit het onderzoek als uit de factsheet van het RIVM.
Verder verwacht de geluidsexpert die het onderzoek uitvoerde dat de snelweg het geluid van de windmolens vaak maskeert waardoor de windmolens regelmatig niet te horen zijn.
In het geluidsonderzoek van Wind voor Buren is ook aandacht voor deze aspecten. In bijeenkomst 3 van het proces op 20 oktober 2020 is dat geluidsonderzoek besproken.
Waarom kiezen we niet voor lagere windmolens?
Grotere windmolens wekken meer op: hoger in de lucht waait het harder en constanter. Als de wieken twee keer zo lang worden, wekt een windmolen vier keer zoveel op. De Rijksoverheid voert al jaren het beleid dat er zo min mogelijk subsidie (SDE++) naar windmolens moet. Daarom moeten windmolens zo efficiënt mogelijk zijn. Dat kan alleen met grote windmolens.
Kleine windmolens zijn door dat Rijksbeleid via de SDE++ tegenwoordig niet meer rendabel, alleen moderne windmolens met tiphoogtes van ruim 200 meter zijn dat nog. Als we als maatschappij kleinere windmolens willen, moeten we met elkaar accepteren dat er weer (veel) meer van uw en ons belastinggeld naar duurzame energie gaat – terwijl er met moderne windmolens nauwelijks tot geen subsidie nodig is. Verder moet er veel duurzame elektriciteit worden opgewekt, onder andere met windmolens. De keuze is dan: veel kleinere of minder, maar grotere windmolens?
Grotere windmolens hebben niet meer effect op de omgeving. Zo zijn de moderne windmolens vaak stiller dan de kleinere en de hoeveelheid slagschaduw neemt ook niet toe. Bovendien draaien grotere windmolens aanzienlijk langzamer rond en dat ziet er rustiger uit.
Hieronder staan twee visualisaties van Wind voor Buren vanaf hetzelfde punt met de dichtstbijzijnde windmolen op circa 750 meter afstand. De eerste visualisatie toont windmolens met een tiphoogte van 170 meter, de tweede windmolens met een tiphoogte van 231 meter. De windmolens met 231 meter tiphoogte wekken ongeveer twee keer zoveel duurzame elektriciteit op als de windmolens met 170 meter tiphoogte (tekst loopt door onder de visualisaties).
Waarom kunnen inwoners niet zelf bepalen waar de windmolens komen?
Als particuliere initiatiefnemers van een specifiek plan kunnen wij niet het proces uitvoeren om binnen een gemeente of regio zoals Twente samen met inwoners te bepalen waar in de gemeente of regio windmolens kunnen komen. Dat is een overheidstaak. We snappen deze wens van inwoners wel, maar wij gaan daar niet over. Wij hebben onze overwegingen om voor deze locatie te kiezen. Voor windmolens gelden veel regels waardoor veruit de meeste locaties in de omgeving (en in heel Nederland) niet geschikt zijn voor windmolens. Het is dus eigenlijk uitzonderlijk dat de door ons beoogde plekken in elk geval vanuit technisch oogpunt haalbaar lijken.
Veel van die regels zijn tijdens het proces aan de orde gekomen, u vindt de onderzoeken en informatie daarover terug onder de verschillende bijeenkomsten op deze pagina. Er is binnen het gebied waar onze windmolens mogelijk lijken eigenlijk geen schuifruimte en ook niet in de wijde omgeving. Alleen voor de westelijke windmolen was er schuifruimte en kiezen we er voor om deze windmolen op de grootste afstand van Borne te zetten die binnen dat beperkte gebied mogelijk is. Deze positie is vanuit technisch oogpunt het meest geschikt, maar betekent ook dat de hoeveelheid geluid in Borne minder is. Dat zijn de twee overwegingen hiervoor en dat is in het proces meerdere keren aan de orde gekomen.
Plan van aanpak proces
Van augustus 2020 tot en met juni 2021 is een proces met een groep omwonenden doorlopen om te komen tot een concreet plan, onder begeleiding van onafhankelijke procesbegeleiders. Voor dat proces maakten we in april 2018 een opzet. In december 2019 maakten we hiervoor een plan van aanpak. Daarmee kon na een informatieavond in februari 2020 en na enkele maanden wachten vanwege het coronavirus het proces in augustus 2020 dan echt beginnen.
Sommigen zeggen nu dat onze opzet uit april 2018 en ons plan van aanpak uit december 2019 van elkaar afwijken en dat dit onzorgvuldig is. Dat is niet waar. Het plan van aanpak is simpelweg een verdere concretisering van onze eerste opzet. De procesbegeleiders vroegen een dergelijk plan van aanpak van ons en hebben dat beoordeeld. Dat is meer een uitvoeringsplan: hoe wordt het proces concreet uitgevoerd? In dat plan van aanpak wordt juist uitgebreid benoemd dat onze opzet uit april 2018 een belangrijk kader is voor dit plan van aanpak. U kunt beide documenten nalezen op onze website, ze staan op deze pagina.
